Utrecht aan Zee

De gezongen gedichten van Denise Jannah

Bij de Gezongen gedichten van Denise Jannah ontdekken we hoe deze van oorsprong Surinaamse jazz zangeres in staat is om gedichten moeiteloos wakker te kussen.


Denise Jannah

 

Denise Jannah werd in 1956 in Suriname geboren als de oudste van vier dochters van dominee Karel Zeefluik. In het midden van de jaren zeventig verhuisde ze naar Nederland, waar ze rechten ging studeren aan de Universiteit Utrecht. Haar liefde voor muziek stak echter steeds meer de kop op. Zij verruilde haar studie voor het conservatorium in Hilversum en studeerde daar af in zang en zangpedagogiek.

 

Jannah bracht in 1991 haar eerste album uit. In datzelfde jaar trad ze voor het eerst op tijdens het North Sea Jazz Festival. In 1993 verscheen haar tweede album, waarvoor ze een Edison kreeg. Als eerste Nederlandse jazzmusicus werd ze in 1995 gecontracteerd door het fameuze jazzlabel Blue Note Records. Een jaar later vond de première plaats van een documentaire over haar, gemaakt door Hans Hylkema, onder de titel Denise Jannah, New Lady In Jazz.

 

In 2002 begon ze poëzie in haar muziek te verwerken. Ze trad op in Holland, Suriname, Zuid Afrika, Aruba, de Nederlandse Antillen en Indonesië. In 2004 kwam haar eerste, goed ontvangen, album uit met gedichten en zelf gecomponeerde muziek: ‘Gedicht Gezongen’. Ze bleek een ongekend talent te hebben voor het samenbrengen van poëzie en muziek. Zelfs Gerrit Komrij, de Dichter des Vaderlands en uiterst kritisch verzamelaar van Nederlandse poëzie, toont zich gecharmeerd van de aanpak van Jannah. Hij schrijft dat de zangeres in staat is gedichten ‘moeiteloos wakker te kussen’.

 

In de korte film over Denise wordt de jazz-zangeres in haar werk gevolgd en neemt ze ons mee naar haar woning in het Utrechtse Leidsche Rijn. Ze laat zien hoe haar omgeving haar de kans heeft gegeven, om haar droom te verwezenlijken om zangeres te worden.

 

 Syen

Tekst Margot Morrison

Me syen fu luku yu in yu fesi
Fu den sani sa mi teigi yu eserde

Saide mi no hori mi mofo,
Swari den wortu,

Da mi spiti den farawe?

Ma mi no man drai den sani baka

Me firi syen tak’ mô las’ yu respeki
Da na soso pardon mi kan aksi yu, baya
En begi yu fu puru den wortu fu yu yesi

 

Schaamte

Uit schaamte durf ik je niet aan te kijken

Voor de woorden die mij zijn ontglipt

Waarom kon ik mij niet inhouden?

En de woorden die mijn lippen bereikten

Niet heel snel weer hebben ingeslikt?

Maar helaas kan ik ze niet terugdraaien

En niet meer uit je oren wissen

Wil je mij vergeven en bedenken

Dat ik ook als mens, mij kan vergissen?

 




<< Terug